Hoe een kiwi leidde tot een coveridee

Hoe een kiwi leidde tot een coveridee

3 mei 2016 | Jim Jansen | Van de redactie

Het omslagontwerp voor New Scientist 22 is in de race voor de titel Cover van het Jaar. Hoofdredacteur Jim Jansen vertelt hoe het idee tot stand kwam.


De eerste cover die ik met Pascal Tieman maakte, stamt uit de zomer van 2000. Ik was net aangesteld als hoofdredacteur van Havana, het weekblad van de Hogeschool van Amsterdam, en ik had Pascal, die ik kende van een eerdere werkgever, aan boord gehaald als vormgever annex artdirector. Ons hoofdverhaal handelde over eerstejaarsstudenten die terugkeken op de het voorbije studiejaar. Het coverbeeld werd een student poserend in de Hema voor een rek met blikken verf met daarbij de tekst: eerstejaars blikken terug. Inderdaad!

Met lichte gêne denk ik terug aan die cover.

[Foto: Krassy Can Do It]
Je kunt geen goede cover bedenken zonder missers te hebben gemaakt. Rood op rood, zoals we hier op de redactie zeggen. Een slechte foto, een matig idee of een onderwerp dat niet aanspreekt: een blunder op pagina één is snel gemaakt.

In de tussenliggende zestien jaar hebben Pascal en ik ontelbaar veel voorpagina’s gemaakt. Daar komt veel meer bij kijken dan alleen het daadwerkelijke maken. Met grote regelmaat appen we elkaar toffe beelden die we tegenkomen, in bijvoorbeeld tijdschriften, online of in het straatbeeld. Als je met beeld bezig bent, dan gelden er geen arbeidstijden. Iets moois delen we altijd graag.

We werkten samen niet alleen voor Havana, maar ook voor Folia, het weekblad van de Universiteit van Amsterdam en sinds anderhalf jaar voor New Scientist. Laat de rolverdeling duidelijk zijn. Pascal is het creatieve brein, de uitvoerder en mijn bescheiden rol beperkt zich tot af en toe een idee aandragen. En veel telefoneren natuurlijk.

Rotzooi

Het idee voor het coverbeeld bij de feature over plastic in de oceaan kwam niet vanzelf. We wilden eigenlijk een plastic badeendje fotograferen in een zee omgeven met rotzooi. Een proefshoot leverde niet het gewenste wow-effect op. De deadline naderde en het aantal telefoontjes tussen de Westpoort, waar de redactie van New Scientist huist en de Amsterdamse Indische buurt, waar Pascal zijn studio heeft, nam toe.

‘Ik ga even een kiwi eten,’ zei hij nadat we weer een idee hadden afgeschoten. Die bewuste kiwi was verpakt in een plastic zak. Daar was het eurekamoment. Pascal scheidt alle plastic zakjes uit de supermarkt en dat maakte het probleem voor hem in een oogopslag inzichtelijk.

Hij legde die kluwen zakjes onder de scanner, maar dat leverde dit nog niet het gewenste resultaat op. ‘Het is een probleem dat in de hele wereld speelt’, gaf ik hem mee, waarna hij de kaart van de wereld in plastic liet verschijnen.

Bijna af, dacht ik. Aangezien de hele wereld niet op één A4’tje paste, liet ik de advertentie op de achterpagina vervallen. De twee Amerikaanse continenten plakten we op de achterkant, hetgeen het beeld uiteindelijk completeerde.



Een goede cover draait in eerste instantie om een goed en afwijkend idee. Het moet verrassen en verwarren, maar mag ook niet te onduidelijk zijn waardoor je aandacht wegebt. Naar zo’n cover wil je blijven kijken en de teksten moeten aanzetten om het blad open te slaan en te gaan lezen.

Uiteindelijk wordt het succes van dat goede idee bepaald door kleine details – van woordkeuze tot corpsgrootte – en natuurlijk door de uitvoering. Dat heeft Pascal geweldig gedaan. We zijn samen met onder meer Donald Duck genomineerd, maar ik hoop natuurljk dat u stemt op New Scientist:nationalecoverdag.nl/award